Randvoorwaarden

Bij succesvol en onder goede arbeidsomstandigheden tijds- en plaatsonafhankelijk werken zijn in elk geval de volgende randvoorwaarden in orde.

  • Leidinggeven: leidinggevenden sturen op output en coachen hun mensen in het omgaan met hun (eigen) verantwoordelijkheden. Leidinggevenden vertrouwen er op dat medewerkers hun werkzaamheden op hun wijze naar behoren uitvoeren: ‘niet zien en toch geloven’. Zie de oplossing Situationeel leiding geven.
  • Automatisering ICT: werknemers hebben op hun flexibele werkplekken de beschikking over de juiste programmatuur, informatie en hulpmiddelen om hun taken volledig uit te voeren. Als medewerkers ook met tablet en smartphone gaan werken, lees dan de oplossing Werken met tablet en smartphone.
  • Medewerkers kunnen in en buiten het bedrijf met hun bedrijfsprogramma’s werken. Verder moet de beveiliging van de verbinding in orde zijn. Eventueel ondersteunt de organisatie overleg op afstand met meerdere mensen tegelijk, bijvoorbeeld via video conferencing.
  • Cultuur: de organisatie kent een open cultuur, waarbij vertrouwen, informatie delen en samenwerken in netwerkverband centraal staan.
  • Afspraken: medewerkers maken afspraken met elkaar en met hun leidinggevende over bereikbaarheid, minimale aanwezigheid, bezetting op kantoor et cetera.
  • Flexibele werkplekken: werkplekken ondersteunen de taak van de werknemer, zodat die zijn werk optimaal kan uitvoeren. Hij kan daarbij kiezen uit werkplekken die passen bij het soort werk dat hij gaat doen, zoals concentratiewerkplekken, ontmoetingsruimtes of communicatiewerkplekken. Gebruiken meer werknemers dezelfde werkplek, dan moet zo’n werkplek wel individueel instelbaar zijn. Leidinggevenden maken met werknemers bovendien goede afspraken over het gebruik en leeg en schoon achterlaten van een werkplek voor een volgende gebruiker.
  • Thuiswerkplekken: beeldschermwerkplekken thuis zijn geschikt voor medewerkers om hun taak uit te voeren. Dit geldt voor onderwerpen als klimaat, obstakels, stoel, bureau, beeldscherm, toetsenbord, invoermiddel, werktijden, daglicht en verlichting. Werknemers weten hoe ze hun werkplek thuis moeten inrichten en gebruiken. Werkgevers zijn ervoor verantwoordelijk dat zij een geschikte thuiswerkplek gebruiken. In ‘Wat staat er over HNW in de Arbowet’ staat dit verder uitgewerkt. Als het niet haalbaar is om hiervoor bij de werknemer thuis te komen, moeten zij andere manieren toepassen om risico’s in kaart te brengen en afspraken met medewerkers te maken.
  • Archivering: Als werknemers geen vaste werkplek hebben, hebben ze ook geen eigen spullen op hun bureau of een eigen (archief)kast. Goede afspraken bij flexwerkplekken over kastruimte, archivering (digitaal en fysiek) en het meenemen van persoonlijke spullen (bijvoorbeeld via een mobiele opbergvoorziening) zijn dan noodzakelijk.

 Ga naar Mogelijke voordelen en risico’s